''Children are our future, teach them well and let them be themselves !''
Je richten op de ontwikkeling van kinderen is iets positiefs.
De ontwikkeling van kinderen stimuleren en optimaliseren is gebaseerd op het versterken van ieders kwaliteiten en compenseren van hetgeen moeizaam verloopt.
De ontwikkeling van het kind hangt af van bedreigende en beschermende factoren vanuit:
Het kind - de opvoeders – de opvoeding – het gezin – de omgeving – de school.
Problemen van een kind of betreffende de ontwikkeling en/of opvoedingsituatie behandelen is daardoor complex en niet zo simpel. Het vergt meer dan symptoombestrijding of een algemeen behandeladvies. Want niet ieder kind is gelijk en evenmin elke opvoedingssituatie.
Elk kind is uniek, evenals elke opvoedingssituatie. Daarom is hulp op maat nodig, afgestemd op dat unieke kind met die unieke ouders/ verzorgers in hun unieke opvoedingssituatie en omgeving.
Gesprekken kunnen helpen om het probleem of de problemen helder te krijgen. Mogelijk kunnen gesprekken en informatie voldoende zijn om weer grip te krijgen op de situatie. We werken oplossingsgericht.
Uitgebreid onderzoek wordt alleen gedaan indien nodig. Onderzoek is een middel om complexe problemen helder te krijgen. Dan is diagnostiek nodig om goed na te gaan wat precies de oorzaak is van de problemen. Er kan didactisch, pedagogisch en/of psychologisch onderzoek gedaan worden. Dan kan er een behandelplan op maat gemaakt worden.
Een open en objectieve communicatie is nodig. Echt luisteren en de ander serieus nemen!
Luisteren naar het kind / de jongere, de ouders / verzorgers en de leerkracht(en). Het doel is immers om te zoeken naar mogelijkheden om de ander sterker te maken en te steunen, zodat de ontwikkeling van het kind/ jongere meer in balans komt. Mensen voelen zich onbegrepen wanneer ze te maken krijgen met (voor)oordelen en onbegrip vanuit hun omgeving. Wanneer mensen stuiten op de ‘beste stuurlui aan wal’ en allerlei tegenstrijdige adviezen wordt de drempel steeds groter om nog hulp te zoeken of te aanvaarden. Ook kan dit leiden tot een negatiever beeld van zichzelf, waardoor problemen verergeren in plaats van verholpen worden.
Accepteer het kind en de ouder als persoon. Iemand kun je aanspreken op het gedrag.
Om een kind te begrijpen is het nodig om het kind niet alleen te horen, maar er echt naar te luisteren. Objectief, zonder vooroordelen.
Drie invalshoeken bij behandeling:
- het probleem en de behandeling ervan.
– de beleving van het probleem en het zelfbeeld (attributies).
– de aanpak van de problemen (strategie of coping stijl).
Enkele voorbeelden hieronder en daaronder is meer te lezen over:
Niet elk kind met druk, actief en ongeconcentreerd gedrag heeft ADHD !
Niet elk kind, dat moeite heeft met taal en lezen, heeft dyslexie !!
Niet elke baby die overmatig huilt heeft baat bij inbakeren !!!
Bijvoorbeeld:
Taalproblemen op school kun je proberen op te lossen met extra bijles voor taal. Soms is toch ook een andere behandeling gewenst, afhankelijk van de oorzaken van de taalproblemen!
Toch kan men ook eerst nagaan waarom een kind problemen heeft met taal, want dat kan veel verschil uitmaken voor het behandelen van de taalproblemen.
• een kind kan concentratieproblemen hebben, omdat er thuis een moeder is die depressief is en aan alcohol verslaafd (een opvoedersprobleem). Het kind neemt thuis veel van de zorgtaken en het huishouden over van de moeder en heeft hierdoor in school de gedachten meer bij thuis dan bij de taaltaken in school. Het kind kan stil en ongeconcentreerd werken en hierdoor kunnen leerproblemen ontstaan. Dit los je niet alleen op met extra leerstof oefeningen. Het zou beter zijn om de problemen thuis te signaleren. Dit kan door het kind te observeren en echt te luisteren naar een kind en signalen op te vangen. Zo’n kind is erbij gebaat, dat er hulpverlening komt voor de thuissituatie. Daarna zal zo’n kind zich meer kunnen richten op de eigen taken, de ontwikkeling van taal. En dan hebben extra taaloefeningen meer zin.
• Een kind kan veel taalfouten maken, omdat het moeite heeft om de instructie van de leerkracht te volgen. Mogelijk zit het kind ergens middenin een klas met veel leerlingen en is het afgeleid. Het kan zijn, dat dit kind een aan autisme verwante stoornis heeft en heel veel moeite heeft om in een grote groep met leerlingen te functioneren. Een kind kan dan blokkeren, wat zijn weerslag heeft op de taalontwikkeling. Ook zo’n kind is niet alleen gebaat bij extra taaloefeningen.
• Een kind kan zeer ongeconcentreerd zijn en voortdurend met andere dingen om zich heen bezig zijn. De leerkracht kan dit gedrag bestempelen als vervelend, lastig en als storend gedrag. Het kind maakt hierdoor veel taalfouten en lijkt niet op te letten. Een idee kan zijn, om herhaalde instructie te geven, het kind apart te nemen, zodat het rustiger kan werken. Ook kunnen er leerkrachten zijn, die problemen krijgen met de omgang met zo’n kind en het kind gaan afwijzen of denken, dat het zijn of haar eigen schuld is, dan moet het kind maar opletten! Mogelijk moet het kind zelfs voor straf op de gang werken, om anderen niet te storen. Een onderliggende oorzaak kan zijn, dat het kind niet vervelend is en wel wil leren, maar het niet kan. Bij ADHD is er een aandachtsstoornis met concentratieproblemen en hyperactiviteit, vanwege de processen in de hersenen. Dit is een aangeboren afwijking, wat het kind niet kan veranderen. Medicijnen kunnen het functioneren van de hersenen verbeteren, waardoor de concentratie van zo’n kind kan verbeteren en waardoor ook de taalvaardigheden verbeterd kunnen worden. Ook in deze gevallen is het kind niet geholpen met alleen extra taaloefeningen. Medicatie en een begripvolle positieve houding naar het kind toe heeft eveneens zin. Daarnaast hebben deze kinderen behoefte aan regelmaat, voorspelbaarheid en structuur.
• Een kind kan veel fouten maken met taal, omdat het echt zwak is in taal en een taalprobleem heeft. Het kan zijn, dat dit kind een lagere intelligentie heeft en als gevolg daarvan meer problemen heeft met taal. Dan noem je het een taalprobleem, omdat het secundair is en het primaire probleem is de lage intelligentie. Dan hebben extra taaloefeningen zin.
• Wanneer een kind dyslexie (een taalstoornis) heeft kan het zelfs een normale tot goede intelligentie hebben. Dyslexie wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen, wat aangeboren is en daarom een stoornis genoemd wordt. Het taalprobleem is het primaire probleem. Want bij dyslexie ligt de oorzaak in het deel van de hersenen wat de taalontwikkeling omvat en de oorzaak ligt meer in de informatieverwerking en het korte termijn geheugen. Bij dyslexie speelt het korte termijn geheugen een rol. Ondanks het spellen tijdens het lezen, hebben de hersenen moeite om de juiste volgorde van de letters en woorden te onthouden. (net als een puzzel, die je maakt en waarvan iemand vervolgens de stukjes weer door elkaar gooit). Hierdoor moet het spellen steeds herhaald worden, wat tijd kost. De volgorde van letters wordt omgedraaid, maar ook vaak de symbolen. Zo worden de letters p en q en de letters b en d ook vaak verwisseld. Kinderen compenseren dyslexie soms door hun intelligentie, waardoor de taalstoornis minder opvalt. Ook kunnen ze baat hebben bij tekstbegrip. Wanneer ze hele zinnen en het verhaal overzien, ‘raden’ ze vaak de woordjes ertussen, om zo de zin te kunnen lezen. Wanneer ze alleen losse woorden moeten lezen op tempo blijkt dit veel moeizamer te gaan.
• Er zijn ook kinderen met een lage intelligentie en dyslexie en soms ook nog een aan autisme verwante stoornis. Dan spelen meerdere problemen een rol. Het gaat dan om meervoudige problematiek (comorbiditeit).
• Meervoudige problematiek kan natuurlijk ook voorkomen bij andere problemen. Bijvoorbeeld: Wanneer een kind met ADHD (concentratie stoornis met hyperactiviteit) op school niet begrepen wordt door de leerkracht en steeds straf krijgt, zal dit het kind extra frustreren in plaats van steunen. Indien dit kind in de thuissituatie ook nog te maken heeft met problemen is dit ook ongunstig voor de ontwikkeling voor het kind (een moeder die na een echtscheiding geldzorgen heeft en hierdoor erg veel werkt en daardoor thuis moeite heeft om de boel op orde te houden, waardoor het chaotischer is in plaats van rust en structuur). Er zijn dan meerdere bedreigende factoren voor de ontwikkeling. Hierdoor kunnen de symptomen bij het kind toenemen in plaats van afnemen. De concentratie problemen en hyperactiviteit zullen erger zijn naar aanleiding van ongunstige invloeden op school en thuis. Het is dan van belang om ook de school te betrekken bij het oplossen van de problemen en het begrijpen van het probleem van het kind. Mogelijk kan zo nodig ook hulp ingeschakeld worden ten behoeve van de thuissituatie. Bij ADHD helpt medicatie. Maar niet elk druk kind heeft ADHD!!
Niet elk kind met druk, actief en ongeconcentreerd gedrag heeft ADHD !
Een kind kan druk en actief worden door andere problemen, ook door frustratie naar aanleiding van leerproblemen of opvoedingsproblemen of gewoon door bijzondere gebeurtenissen. Druk en over actief gedrag kan verholpen worden, wanneer de oorzaak buiten het kind ligt.
Wanneer druk en over actief gedrag echt ADHD is, is het een aangeboren stoornis in de hersenen. Hier zal dit kind het hele leven lang last van houden. Dit is niet te verhelpen, maar kan men wel compenseren door gunstige reacties (beschermende factoren) vanuit de omgeving (inrichten van ruimten en qua gedrag leren ermee om te gaan) en door medicatie.
Niet elk kind dat moeite heeft met taal en lezen heeft dyslexie !!
Taalproblemen zijn secondair en ontstaan naar aanleiding van een ander probleem, zoals bijvoorbeeld een lage intelligentie, slecht kunnen zien, een concentratiestoornis of soms zelfs ongunstige leervoorwaarden in school of andere problemen. Taalproblemen kunnen mogelijk verholpen worden door extra oefeningen en gunstige omstandigheden.
Dyslexie is een aangeboren taalstoornis in de hersenen, het is het primaire probleem. Stoornissen in de hersenen kunnen niet verholpen worden. Wel zijn hersenen van kinderen en jongeren in de groei en zijn ze nog flexibel. De problemen kan men helpen zo veel mogelijk te compenseren door extra oefeningen en training en het versterken van andere mogelijkheden.
Niet elke baby die overmatig huilt heeft baat bij rust en regelmaat en inbakeren !!!
Inbakeren blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, van het WKZ (L ‘Hoir en Van Sleuwen, 2004) uit Utrecht, niet effectiever te zijn dan alleen het bieden van rust en regelmaat.
Inbakeren brengt wel risico’s mee voor de ontwikkeling: verhoogd risico op wiegendood en heupdysplasie en een verhoogd risico op hechtingsproblemen die kunnen leiden tot gedrags- en opvoedingsproblemen.
Het bieden van rust en regelmaat is niet altijd voldoende. Hulp op maat is nodig naar aanleiding van de oorzaak van het huilen. De hulp kan gericht zijn op het kind (oorzaak opsporen en behandelen om de draaglast - het huilen - te verminderen) en op de opvoeders (ondersteunen om hun draagkracht te vergroten).
Bijvoorbeeld bij huilbaby’s is de algemene aanpak (implementaties vanuit het WKZ te Utrecht) op dit moment: inbakeren en enige tijd laten huilen. Ook deze aanpak is in meerdere gevallen niet effectief en is er eerst een diagnose nodig, voordat er een behandeladvies gegeven kan worden. Een viertal voorbeelden worden gegeven, hoewel er veel meer oorzaken zijn voor excessief huilen, zie de site www.huilbaby.info.
• Er zijn baby’s die veel last hebben van reflux: overmatig spugen, wat kan leiden tot een ontstoken slokdarm. Inbakeren en laten huilen is in dit geval niet effectief. In het laatste geval kunnen de problemen zelfs verergeren, omdat het kind meer klachten aan de slokdarm krijgt en daarnaast wordt de relatie met de ouders verstoord, wanneer die de baby laten huilen.
• Er zijn baby’s die te weinig borstvoeding uit de borst binnen krijgen. Ook zij gaan huilen en de kans bestaat op uitdrogingsverschijnselen. Andere voeding is nodig. Niet effectief en funest is de behandeling van inbakeren en laten huilen. Dit kan inderdaad leiden tot afname van de symptomen: het huilen. Vanwege uitdrogingsverschijnselen. Door zwakte kan een baby dan steeds minder gaan huilen, wat ernstige gevolgen kan hebben.
• Er zijn pre- en dysmature baby’s die veel complicaties hebben meegemaakt tijdens de zwangerschap, de bevalling en couveuse periode. Daarnaast hebben sommigen van hen ook nog verscheidene operaties moeten ondergaan. Ziekenhuisopname is enerzijds niet gunstig voor kinderen, maar anderzijds noodzakelijk.
• Er zijn opvoedingsituaties waarin de baby zich moet aanpassen aan het leefritme van de ouders en hun leefwijze. Deze ouders letten minder op de behoeften en de ontwikkelingsmogelijkheden van de baby of het jonge kind.
