Pedagogiek is de wetenschap die zich richt op de normale ontwikkeling van kinderen tot volwassenen. Hoe verloopt gemiddeld genomen de ontwikkeling van kinderen en welke ontwikkelingsfasen doorlopen zij?
De motorische, de lichamelijke, de sociaal-emotionele en de cognitieve ontwikkeling.
Het bewegen, het lichaam, het denken en het gedrag van een kind of jongere en de emoties en gevoelens. De kennis en vaardigheden die een kind zich eigen maakt in bepaalde levensfasen.
De orthopedagogiek is de wetenschap die zich richt op problemen betreffende de ontwikkeling van kinderen of jongeren of problemen in de opvoedingssituatie.
Dit kunnen ook problemen betreffen bij het opvoeden of problemen van de opvoeders of de gezinssituatie thuis (milieu, omstandigheden, gebeurtenissen e.d. ) die ongunstig van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van een kind.
Te denken valt dan aan:
- Leerproblemen of leerstoornissen.
- Gedragsproblemen (bijv. autisme, ADHD, eetstoornissen, faalangst, pesten, e.d.)
- Sociaal-emotionele problemen (bijv. door ziekte, een sterfgeval of echtscheiding of zorgen
betreffende een ouder met psychiatrische problemen, e.d.)
- Opvoedingsproblemen (verwaarlozing, autoritaire opvoeding, mishandeling)
- Levensgebeurtenissen (ernstig ongeval, verlies van de woning, geld zorgen, e.d.)
In elke levensfase verwacht men, dat een kind over bepaalde competenties beschikt: kennis, vaardigheden en gevoelens.
Wanneer de ontwikkeling van een kind niet verloopt, zoals de ‘normale’ gemiddelde ontwikkeling van een kind, dan kan dit leiden tot problemen betreffende kennis en vaardigheden en emoties of gevoelens.
Denken – Doen – Voelen – Kennen – Kunnen : dit op elkaar afstemmen, in harmonie / balans.
Dit kan ook invloed hebben op het zelfbeeld en de manier waarop de problemen aangepakt worden. Het zelfvertrouwen kan afnemen en men kan door onbegrip vanuit de omgeving in een sociaal isolement komen (terugtrekken, depressie) of juist boos en opstandig worden (kinderen met gedragsproblemen en kinderen die gaan pesten). Ook kan er positieve of negatieve faalangst ontstaan. De manier van denken (attributies) over zichzelf en de problemen zijn van invloed op de beleving van de problemen, de mate waarin iets als probleem ervaren wordt. Het is van belang of je denkt, dat de oorzaak van de problemen bij jezelf ligt of bij een ander. Dat is ook van invloed op het kunnen oplossen van de problemen.
Bijvoorbeeld: kinderen met gedragsproblemen kunnen denken (attributie), dat de schuld van een ruzie altijd bij een ander ligt en zij kunnen het probleem ruzie oplossen (coping stijl) door agressief te reageren, door te schoppen en slaan. Dit zal leiden tot problemen in de omgang met andere mensen.
Kennis en vaardigheden moet je kunnen toepassen en uitvoeren: doen.
Wanneer je tegen problemen aanloopt is het van belang hoe je de problemen probeert op te lossen. Hoe pak je de problemen aan? Los je die zelf op of aanvaard je daarbij hulp van een ander? Is de aanpak om ervoor weg te vluchten (vermijden) of door aan te vallen (confronteren) of door een effectieve aanpak te zoeken? De manier van aanpak om problemen op te lossen noemen we coping stijl.
Bijvoorbeeld iemand, die problemen erg moeilijk vindt om op te lossen, kan de problemen proberen te vergeten door drugs en alcohol gebruik of een extreem streng dieet. Dit is vluchtgedrag: de problemen vermijden door ze te ontlopen en te verdringen.
Wanneer van een kind meer verwacht wordt dan mogelijk is qua ontwikkeling (pre- en dysmature kinderen bijvoorbeeld) of vaardigheden (zwakbegaafde kinderen of bijv. autisten en kinderen met ADHD) kan dit ook nog leiden tot faalangst en andere problemen.
Wanneer er te weinig van een kind verwacht wordt gezien zijn of haar mogelijkheden (hoogbegaafde kinderen), kan dit ook leiden tot problemen, zoals onderpresteren of gedragsproblemen.
Dus ook de verwachtingen van mensen uit de omgeving van een kind kunnen van invloed zijn op het wel of niet ontstaan van problemen.
