Geldt voor huilbaby’s en hun ouders: "We horen je wel, maar we luisteren niet?"
Een huilbaby huilt meer dan drie uur per dag, meer dan drie dagen per week gedurende meer dan drie weken. Huilbaby’s vergen extra tijd, energie en geduld van hun ouders. Ongeveer 10% van alle baby’s is een huilbaby.
Hoe is dat vol te houden? Wat is er aan te doen? Troosten of laten huilen?
Als ervaringsdeskundige en als orthopedagoog heb ik me ook gespecialiseerd in huilbaby’s.
Vaak is behandeling alleen gericht op het verminderen van het huilen van de baby. Ik ben ervan overtuigd, dat behandeling ook gericht kan zijn op ouders. Door ouders informatie te geven en het hulpverleningstraject te begeleiden en ondersteuning te bieden wordt hun draagkracht vergroot om de intensieve zorg voor een huilbaby vol te houden.
Dit voorkomt machteloosheid ten opzichte van zichzelf of de baby, depressie of agressie.
Van belang is, dat de behandeling niet een algemeen advies is gericht op symptoombestrijding, het verminderen van het huilen. Behandeling op maat is van belang, omdat elk kind uniek is en elke opvoedingssituatie. Het is van belang om eerst de oorzaak op te sporen, want de oorzaak kan bepalend zijn voor de behandeling. Er zijn vele verschillende oorzaken voor het overmatig huilen en slecht slapen van een baby of jong kind.
Ouders hebben vaak te maken met goed bedoelde, maar tegenstrijdige tips en adviezen uit hun omgeving en met mensen die klaarstaan met (voor)oordelen. De beste stuurlui staan vaak aan wal, maar bieden niet daadwerkelijk steun aan de ouders. Dit heeft een ongunstige invloed op hun draagkracht om de situatie vol te houden.
Momenteel is naar aanleiding van het onderzoek van het WKZ uit Utrecht (M. L’Hoir en B. van Sleuwen, 2004.) het behandeladvies wat door consultatie bureau’s gegeven wordt: inbakeren.
Dit kan nadelig zijn, vanwege de risico’s die inbakeren met zich meebrengt: meer kans op wiegendood, heupdysplasie en hechtingsstoornissen. Inbakeren moet ook altijd al weer afgeleerd worden aan het kind, zodra het op de buik kan gaan rollen. Dat is al rond de vijfde of zesde maand.
Het onderzoek van het WKZ heeft aangetoond, dat inbakeren niet effectiever is dan de behandeling waarbij alleen Rust – Regelmaat – Reinheid geboden wordt. Dan heb je niet de risico’s die inbakeren met zich meebrengt!!!
De behandeling inbakeren gaat samen met het ‘laten huilen’ van het jonge kind. Het huilen kan afnemen, omdat het kind de moed op zal geven om gehoord te willen worden door de ouder. Het symptoom is bestreden, maar de oorzaak van het huilen vaak niet. In bepaalde gevallen neemt het huilen niet af, omdat de oorzaak van het huilen niet verholpen is.
Wel kan het gevolg van inbakeren en ‘laten huilen’ zijn, dat het kind onveilig gehecht raakt aan de ouder.
Het onderzoek van het WKZ refereert niet naar wetenschappelijke onderzoeken betreffende de gevolgen voor het kind naar aanleiding van het ‘laten huilen’ van een baby die overmatig huilt. Onderzoek van prof. dr. D. van den Boom en andere onderzoekers toonden aan, dat het laten huilen van baby’s vaak leidt tot een onveilige hechting tussen ouder en kind.
Het ‘laten huilen’ van kinderen kan leiden tot een onveilige hechting tussen ouder en kind en dit leidt tot een verstoorde interactie tussen ouder en kind. Dit kan leiden tot gedragsproblemen bij het kind en opvoedingsproblemen bij de ouders. Op langere termijn kunnen deze gedragsproblemen vanaf 4 jaar ook leiden tot leerproblemen.
Rust – Regelmaat – Reinheid is niet altijd afdoende als behandeling. Er kan in bepaalde gevallen meer gedaan worden, afhankelijk van de oorzaak.
Het ontbreken van Rust- Regelmaat – Reinheid in een gezin is in de meeste gevallen niet de oorzaak van het huilen van een baby, maar het gevolg van een baby die overmatig huilt. Het ontregelt het hele gezin. Wat zwaar is, wanneer er al andere jonge kinderen in het gezin zijn.
Behalve het bieden van Rust – Reinheid – Regelmaat is het bieden van troost van belang voor de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind op lange termijn. Het is van belang voor de veilige hechting tussen ouder en kind, wat de basis is voor het ontstaan van vertrouwen in de ander (de ouder) en dat is de basis voor het ontstaan van zelfvertrouwen bij het kind. De basis voor het durven verkennen (exploreren) van de wereld om zich heen. De basis voor contacten met andere mensen wordt gelegd.
Het is van belang om adequaat te reageren op de behoeften van het jonge kind door ontwikkelingsgerichte zorg te bieden. Dit noemen wij sensitief en responsief reageren.
Vanwege het belang van een veilige hechting tussen ouder en kind is troost bieden zinvoller, dan een baby laten huilen !!! Daarnaast moet men proberen de oorzaak te achterhalen, opdat men de oorzaak kan behandelen.
Het opsporen en/of uitsluiten van oorzaken kan tijd vergen, soms erg veel tijd. Juist in die periode hebben kind en ouders ondersteuning nodig.
In de meeste gevallen heeft het huilen te maken met een onrijp spijsverteringsorgaan na de geboorte. Alle organen zijn nog in ontwikkeling en moeten wennen aan het verteren van voeding wat via de mond binnenkomt in plaats van via de navelstreng. Hierdoor vermindert in veel gevallen het huilen binnen drie maanden. De oorzaak is dan: maag- en darmkrampjes.
Bij pre- en dysmature kinderen spelen stressfactoren een grote rol n.a.v. complicaties tijdens de zwangerschap en geboorte en door onvoorspelbare en onbeheersbare pijn-, licht- en geluidsprikkels tijdens de couveuse periode. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat er wel ruim twee jaar extra stress hormonen in het bloed kunnen voorkomen van deze kinderen. Die zijn van invloed op hun gedrag en zijn ongunstig voor hun immuunsysteem.
Dysmature kinderen kunnen tegelijkertijd een slaap- en angst- en paniekstoornis hebben als gevolg van een tekort van een neurotransmitter wat veroorzaakt is door extreem voedingstekort tijdens de zwangerschap. Het lichaam kan hierover heen groeien, maar dat kost veel tijd, soms wel jaren (volgens neuroloog Marcel Smits, gespecialiseerd in slaapstoornissen).
Mogelijke oorzaken voor overmatig huilen zijn:
- onrijpe spijsverteringsorganen
- een ontsteking / infecties / ziekte
- spruw in de mond
- reflux : met kracht uitspugen van voeding door onvoldoende afsluiting van de maag.
- pre- en/of dysmaturiteit / wisselende verzorgers in het ziekenhuis, separatie angst.
- stress naar aanleiding van operaties (bij prematuren).
- voedingsallergie
- eczeem
- een moeizame, zware bevalling, wat kan leiden tot klachten in de gewrichten/zenuwbanen.
- een liesbreuk
- een stoornis, zoals een aan autisme verwante stoornis, ADHD, e.a.
- een handicap, zoals (bijna) blind zijn.
- een verwaarlozende opvoedingsstijl of een andere ongunstige opvoedingsstijl.
- te weinig rust en regelmaat afgestemd op de ontwikkeling van het kind.
- psychische problematiek van de ouder.
- Mogelijke andere oorzaken.
Bij jonge kinderen, die het algemene advies ‘inbakeren’ krijgen, wordt een oorzaak als reflux vaak over het hoofd gezien en niet behandeld. Een kind met reflux spuugt met grote kracht voeding weer uit. Onbehandeld door een kinderarts kan dit leiden tot een ontstoken slokdarm vanwege het maagzuur. Bij deze kinderen helpt inbakeren niet, maar dat constateert men vaak pas na maanden tot een half jaar. Dan is het leed al geschied: een ontstoken slokdarm en een verstoorde interactie tussen ouder en kind (door het laten huilen van het jonge kind). Er kan dan sprake zijn van een onveilige hechting tussen ouder en kind.
Dit kan voorkomen worden door wel op zoek te gaan naar de oorzaak van het huilen en de behandeling daarop af te stemmen! Wat dat betreft doe ik een beroep op kinderartsen.
